Leesvaardigheid en luistervaardigheid toets je bij Engels, Duits, Frans en Spaans, en ook bij Nederlands. Digitaal afnemen heeft duidelijke voordelen. Gesloten vragen zijn direct nagekeken, iedere leerling hoort het fragment even goed en je hoeft geen luidsprekers te regelen. Maar een scherm is geen papier. Een tekst die op papier naast de vragen ligt, verdwijnt op een scherm zomaar uit beeld. En één fragment voor de hele klas wordt een klas vol losse afspeelmomenten. Dit artikel loopt langs de keuzes die het verschil maken.
Waar staat de tekst ten opzichte van de vragen?
Bij een leestoets zoekt een leerling steeds terug in de tekst. Op papier bladert hij naar de bijlage. Op een scherm moet de tekst in beeld blijven terwijl hij de vraag leest. Bij een lange tekst werkt een gesplitst scherm het best: de tekst links, de vraag rechts, elk met een eigen scrollbalk. Een korte tekst van een paar regels kan gewoon boven de vraag staan.
Nummer de alinea's of regels, zodat een vraag kan verwijzen naar alinea 3 of regel 12 tot en met 15. Laat bij elke vraag zien bij welke tekst hij hoort, zeker als de toets meerdere teksten bevat. En bekijk de toets vooraf op het kleinste scherm dat in de klas gebruikt wordt. Een gesplitst scherm dat op een laptop prettig leest, kan op een tablet in staande stand te smal zijn.
Welke vraagsoorten passen bij leesvaardigheid?
Leesvaardigheid bestaat uit verschillende deelvaardigheden. Voor de meeste is er een vraagsoort die digitaal goed werkt en snel na te kijken is.
| Wat je toetst | Vraagsoort | Nakijken |
|---|---|---|
| Hoofdgedachte of bedoeling van de schrijver | Meerkeuze | Automatisch |
| Verband tussen zinnen of alinea's | Meerkeuze of volgorde | Automatisch |
| Beweringen over de tekst | Juist of onjuist per bewering | Automatisch |
| Informatie opzoeken | Invulvraag of citeervraag | Automatisch, maar let op varianten |
| Uitleg in eigen woorden | Open vraag | Met een antwoordmodel |
Let bij een citeervraag op hoe streng het nakijken is. Een leerling die de eerste twee woorden van een zin overneemt, zet er soms een komma bij of schrijft een hoofdletter anders. Bepaal vooraf welke varianten goed zijn. Bij de moderne vreemde talen stel je open vragen meestal in het Nederlands. Dan toets je of de leerling de tekst begrijpt, en niet hoe goed hij in de vreemde taal schrijft.
Hoe vaak mag een fragment klinken?
Dit is de belangrijkste keuze bij een luistertoets, en je maakt hem vooraf. Eén keer afspelen toetst of een leerling een gesprek in één keer kan volgen. Twee keer geeft ruimte om bij de tweede beurt gericht te luisteren naar wat hij de eerste keer miste. Bij de luisteronderdelen van de Cambridge-examens Engels hoort een kandidaat elk fragment twee keer. Wat je ook kiest: maak het voor iedereen gelijk en zet het in de instructie.
Hoort één fragment bij meerdere vragen, dan geldt het maximum voor de hele groep en niet per vraag. Anders kan een leerling bij vijf vragen vijf keer luisteren. Geef leerlingen ook tijd om de vragen te lezen voordat het fragment start. Wie weet waar hij op moet letten, luistert gerichter.
Een gewone audiospeler met schuifbalk maakt van twee keer luisteren ongemerkt zo vaak als je wilt. Gebruik bij een toets met een maximum een speler die de leerling niet zelf kan terugspoelen.
Koptelefoons en geluid: test het vooraf
Bij een digitale luistertoets luistert iedere leerling op zijn eigen apparaat. Dat is eerlijker dan een luidspreker achter in het lokaal, want niemand zit te ver weg. Het vraagt wel voorbereiding.
- Laat leerlingen een eigen koptelefoon meenemen en houd een paar reserve-exemplaren klaar.
- Een koptelefoon met snoer is het betrouwbaarst. Draadloze oortjes kunnen leeg raken of verbinden met het verkeerde apparaat.
- Begin met een kort testfragment zonder punten, zodat iedereen het volume en de verbinding kan controleren.
- Controleer of het apparaat niet op stil staat en of het volume niet op nul staat.
- Spreek af dat een leerling die niets hoort, dat meldt voordat het echte fragment start.
Hoeveel tijd plan je in?
Bij een luistertoets bepaalt het fragment het tempo. Reken daarom van onderaf: de lengte van alle fragmenten, maal het aantal keer afspelen, plus leestijd voor de vragen en tijd om te antwoorden. Is de totale tijd te krap, dan raffelen leerlingen het laatste fragment af. Bedenk ook dat extra tijd een fragment niet langer maakt. De extra tijd gaat naar het lezen en het antwoorden.
Bij een leestoets met meerdere teksten helpt een richttijd per tekst. Zo blijven leerlingen niet hangen in de eerste tekst en komen ze aan alle vragen toe.
Veelgemaakte fouten
- Vragen in willekeurige volgorde zetten, waardoor de vragen bij één tekst of fragment uit elkaar vallen.
- Een fragment dat vanzelf start terwijl de leerling de vragen nog leest.
- Een leestoets in een vreemde taal afnemen in een gewone browser, waar de ingebouwde vertaalfunctie de tekst met één klik in het Nederlands zet.
- Een lange tekst boven de vragen zetten, zodat de leerling bij elke vraag terug moet scrollen.
- Geen testfragment vooraf, waardoor geluidsproblemen pas blijken als het echte fragment al loopt.
Checklist voor de afname
| Moment | Controle |
|---|---|
| Bij het maken | Is bij elke vraag duidelijk bij welke tekst of welk fragment hij hoort? |
| Bij het maken | Is het maximum aantal keer afspelen ingesteld en gelijk voor iedereen? |
| Bij het maken | Blijven de vragen bij één tekst of fragment bij elkaar staan? |
| Voor de les | Heeft elke leerling een werkende koptelefoon, en is er reserve? |
| Begin van de toets | Heeft iedereen het testfragment gehoord? |
| Tijdens de toets | Is de vertaalfunctie van de browser afgeschermd? |
| Na de toets | Zijn citeervragen en open vragen gecontroleerd op goede varianten? |
Hoe dit in TestWisely werkt
In TestWisely zet je met Voeg luisterfragment toe een geluidsbestand bij een groep vragen. Bij Max afspelen kies je onbeperkt, 1x, 2x, 3x of 5x. Die teller geldt voor de hele groep: twee keer luisteren is twee keer in totaal, niet per vraag. Met + Vraag bij dit fragment zet je er een vraag bij.
De leerling start het fragment met één knop en ziet hoe vaak hij al heeft geluisterd, bijvoorbeeld 1 / 2 beluisterd. Bij een groep staat de melding Lees eerst de vragen voor je luistert, met de vraagnummers die bij het fragment horen. Bladert de leerling binnen de groep naar een volgende vraag, dan loopt het fragment door. Voor een inleiding of een testfragment gebruik je het vraagtype Instructie: een pagina zonder antwoordveld die niet meetelt voor de score, en waar je wel geluid bij kunt zetten.




