Home/Kennisbank/Een goed antwoordmodel schrijven voor open vragen

Een goed antwoordmodel schrijven voor open vragen

Een goed antwoordmodel schrijven voor open vragen

Bij een meerkeuzevraag staat vast wat goed is. Bij een open vraag niet. Twee docenten kunnen hetzelfde antwoord verschillend beoordelen, en ook jijzelf kijkt op maandagavond anders na dan op vrijdagmiddag. Het antwoordmodel maakt dat verschil klein. Bij het centraal examen heet het correctievoorschrift. In dit artikel lees je hoe je zo een model opbouwt, zodat elke leerling op dezelfde manier wordt beoordeeld.

Wat hoort er in een antwoordmodel?

Een antwoordmodel is meer dan het goede antwoord. Het beschrijft waarvoor een leerling punten krijgt, en waarvoor niet. Een bruikbaar model bevat per vraag:

  • de kernelementen die in het antwoord moeten staan, met per element het aantal punten;
  • alternatieve antwoorden die je ook goed rekent;
  • antwoorden die je bewust niet goed rekent, ook al lijken ze in de buurt te komen;
  • regels voor twijfelgevallen, zoals een juist antwoord met een foute toevoeging.

Schrijf het model op het moment dat je de vraag maakt, niet pas als de toetsen binnen zijn. Lukt het niet om te beschrijven wat een goed antwoord is, dan is de vraag waarschijnlijk nog niet scherp genoeg.

Eén punt, één kernelement

De belangrijkste regel: koppel elk punt aan één element dat je in het antwoord kunt aanwijzen. Een vraag van drie punten heeft dus drie kernelementen. Formuleer ze als iets wat de leerling noemt of doet, bijvoorbeeld "noemt dat de vraag gelijk blijft" of "berekent het volume in cm3". Vermijd omschrijvingen als "goede uitleg" of "toont inzicht". Daar kan iedere nakijker iets anders onder verstaan.

Een vraag die om een redenering vraagt, splits je op in de stappen van die redenering. Een leerling die de eerste stap goed heeft en de tweede niet, krijgt dan een deelpunt. Dat is eerlijker dan alles of niets, en het vertelt de leerling precies waar het misging.

Hoe ziet dat er in de praktijk uit?

Neem de vraag: "Na een sprint adem je sneller. Leg uit waarom dat nodig is. (2p)" Een uitgewerkt antwoordmodel kan er zo uitzien:

PuntKernelementOok goedNiet goed
1De spieren hebben meer energie nodig en verbruiken daarvoor meer zuurstof.Er is meer verbranding of dissimilatie in de spieren."Omdat je moe bent", zonder verband met energie of zuurstof.
2Door sneller te ademen neem je meer zuurstof op en voer je meer koolstofdioxide af.Meer O2 het bloed in, meer CO2 eruit.Alleen "het hart klopt sneller".

Met zo een tabel hoeft de nakijker niet te raden. De kolom "ook goed" voorkomt dat een leerling punten misloopt omdat hij andere woorden gebruikt. De kolom "niet goed" voorkomt dat een antwoord dat er alleen op lijkt toch punten krijgt.

Antwoordmodel-sjabloon

Per punt een kernelement, met wat ook goed en niet goed is. Met het voorbeeld uit dit artikel en de algemene regels.

Download (Excel)

Welke antwoorden reken je ook goed?

Leerlingen formuleren anders dan jij. Denk daarom vooraf na over synoniemen, andere voorbeelden en een andere maar juiste redenering. Schrijf niet één modelzin op, maar de kern waaraan elk goed antwoord moet voldoen, met een voorbeeld erbij. Kom je tijdens het nakijken een goed antwoord tegen dat je niet had voorzien? Voeg het dan direct toe aan het model en loop de antwoorden die je al had nagekeken nog een keer na op dat punt.

Lees ook:

Wat doe je met half-goede antwoorden?

Half-goede antwoorden kosten de meeste nakijktijd en zorgen voor de meeste verschillen tussen nakijkers. Leg daarom een paar algemene regels vast, net zoals het correctievoorschrift van het centraal examen algemene regels heeft naast de regels per vraag. Bijvoorbeeld:

  • Geen halve punten, tenzij het model ze per kernelement noemt.
  • Een juist antwoord met een toevoeging die ermee in tegenspraak is, levert voor dat element geen punt op.
  • Geeft een leerling meer antwoorden dan gevraagd, dan beoordeel je alleen de eerste, tot het gevraagde aantal.
  • Spelfouten tellen niet, behalve als de juiste schrijfwijze precies is wat je toetst.
  • Een vakterm in de verkeerde context telt niet als genoemd.

Zet deze regels bovenaan het antwoordmodel. Dan hoeft niemand halverwege de stapel opnieuw te beslissen.

Hoe kijk je consistent na met collega's?

Een antwoordmodel werkt pas echt als iedereen het op dezelfde manier leest. Dat bereik je met een korte kalibratie voordat de stapel wordt verdeeld:

  • Kies samen vijf tot tien antwoorden van verschillend niveau.
  • Laat iedereen ze los van elkaar nakijken met het model.
  • Bespreek de verschillen en pas het model aan waar het onduidelijk was.
  • Kijk daarna per vraag na in plaats van per leerling. Zo blijf je in hetzelfde kader.
  • Laat een collega een steekproef nog een keer nakijken.

Bij het centraal examen kijkt naast de eigen docent ook een tweede corrector van een andere school het werk na. Voor een schooltoets is dat vaak te veel, maar een steekproef laat al snel zien of het model doet wat het moet doen.

Waarom een goed antwoordmodel ook AI-nakijken betrouwbaarder maakt

Steeds meer docenten laten open vragen door AI voorbeoordelen. Zo een systeem vergelijkt het antwoord van de leerling met het antwoordmodel. Het kan dus nooit preciezer zijn dan het model zelf. Staat er "goede uitleg", dan moet de AI raden wat jij bedoelt. Staat er per punt een concreet kernelement, dan kan de AI per punt nagaan of het in het antwoord staat. En kun jij die beslissing achteraf controleren.

Alternatieve antwoorden en regels voor twijfelgevallen helpen op dezelfde manier. Wat jij aan een collega zou uitleggen, hoort ook in het model te staan. Blijf wel zelf verantwoordelijk voor het cijfer. Bekijk een steekproef van de beoordelingen, en vooral de antwoorden die net om een punt draaien.

Een antwoordmodel is af als een collega die jouw lessen niet gaf, met jouw model dezelfde punten toekent als jij. Dat geldt voor een menselijke nakijker en net zo goed voor AI.

Hoe dit in TestWisely werkt

Bij een open vraag vul je in TestWisely het antwoordmodel per kernpunt in. Per kernpunt zet je in een eigen veld wat de leerling moet noemen. Een kernpunt is standaard 1 punt; je kunt ook ⅓, ½ of 2 punten kiezen. Staat AI-nakijken aan voor je school, dan kijkt de AI na het inleveren de open vragen na aan de hand van dat model, kernpunt voor kernpunt. Staat het uit, dan kijk je ze zelf na. Spelfouten, enkelvoud of meervoud, synoniemen en andere formuleringen met dezelfde inhoud rekent de AI niet fout. Ontbrekende kernelementen en onjuiste begrippen kosten wel punten. Zonder antwoordmodel kijkt de AI een open vraag niet na. Per leerling zie je bij elke vraag het antwoord, de punten en de feedback.

Mohamed Bentaher

Lead Developer TestWisely

Lead Developer bij TestWisely. Bouwt aan het platform zelf: de toetsomgeving, het nakijken en alles wat docenten en leerlingen ermee doen.

Zien hoe TestWisely werkt?

Ontdek zelf hoe TestWisely uw toetsproces transformeert.

DEMO AANVRAGEN