Het centraal examen wordt vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Bij elk examen hoort een correctievoorschrift en een omzettingstabel van score naar cijfer. Voor veel vakken en niveaus vind je oude examens met correctievoorschrift op Examenblad.nl. Daarmee heb je oefenmateriaal dat precies laat zien wat er straks gevraagd wordt. Maar een stapel oude examens uitdelen in april is niet genoeg. Het verschil zit in hoe je ze inzet.
Waarom werkt oefenen met echte examenvragen?
Een examenvraag is anders dan een vraag uit de methode. De contexten zijn langer, de vraagwoorden zijn precies en het aantal punten verraadt hoeveel stappen er nodig zijn. Leerlingen die daar vaak mee hebben geoefend, schrikken er op het examen niet meer van.
- Bekendheid met de vorm: leerlingen herkennen de opbouw, de vraagwoorden en de bronnen.
- Ophalen uit het geheugen: zelf een antwoord bedenken versterkt het leren meer dan teruglezen. Dat staat bekend als het testeffect.
- Zicht op het niveau: leerlingen zien wat een voldoende op het examen echt vraagt.
- Rust: wie weet wat er komt, kan zijn energie aan de inhoud besteden.
Oefen eerst per domein
Een examenprogramma is opgedeeld in domeinen, en de syllabus beschrijft wat er centraal wordt geëxamineerd. Een volledig examen haalt al die domeinen door elkaar. Voor een leerling die net één domein heeft afgerond, is dat te veel tegelijk. Begin daarom met vragen uit oude examens die horen bij het domein dat je net hebt behandeld. Zo wordt elke lesperiode een stukje examentraining.
Controleer wel of een vraag nog bij de huidige syllabus past. Examenprogramma's veranderen, en een vraag van een paar jaar terug kan stof bevatten die er niet meer in zit.
Spreid het over het hele jaar
Wie pas in het voorjaar begint, heeft geen tijd meer om te herstellen wat niet zit. Gespreid oefenen werkt beter dan alles in een paar weken proppen. Een planning voor een examenjaar kan er zo uitzien:
| Periode | Vorm | Doel |
|---|---|---|
| Begin van het schooljaar | Losse examenvragen bij elk behandeld domein | Vorm en vraagwoorden leren kennen |
| Midden van het jaar | Gemengde sets uit meerdere domeinen | Herhalen en herkennen welke stof een vraag vraagt |
| Tweede helft van het jaar | Een of twee volledige examens onder examenomstandigheden | Tijd leren verdelen en volhouden |
| Laatste weken | Gerichte sets op de zwakste domeinen | Gaten dichten |
Voeg pas later tijdsdruk toe
Laat leerlingen in het begin zonder klok werken. Ze moeten eerst leren hoe een goed antwoord eruitziet. Later in het jaar hoort er wel een examen bij onder echte omstandigheden: de officiële examenduur, alleen de toegestane hulpmiddelen en geen hulp. Leerlingen ontdekken dan of ze te lang blijven hangen bij één opgave. Bespreek daarna hoe ze hun tijd hebben verdeeld. Een bruikbare vuistregel: het aantal punten van een vraag zegt iets over hoeveel tijd je eraan kunt besteden. Geef leerlingen die recht hebben op extra tijd die ook bij het oefenen.
Bespreek na met het correctievoorschrift
Het meeste leren gebeurt na het maken. Laat leerlingen hun eigen werk nakijken met het correctievoorschrift ernaast. Ze zien dan waarvoor punten worden gegeven. Ze ontdekken dat een kaal eindantwoord zonder berekening punten kan kosten, en dat een berekening met een rekenfout vaak nog deelpunten oplevert. Het correctievoorschrift bevat naast de regels per vraag ook algemene en vakspecifieke regels. Bespreek die een keer klassikaal.
Laat leerlingen daarna bij elke gemiste vraag noteren wat er misging: kende ik de stof niet, las ik de vraag verkeerd of maakte ik een rekenfout? Zo ontstaat per leerling een kort lijstje van wat er nog moet gebeuren.
Een oud examen is pas oefenmateriaal als de leerling na afloop weet waarom hij punten kreeg of misliep. Plan daarom net zoveel tijd voor het nabespreken als voor het maken.
Welke valkuilen moet je vermijden?
- Alleen trucjes leren. Leerlingen die vraagtypen uit hun hoofd leren, lopen vast zodra een vraag net anders is. Gebruik examenvragen om begrip te oefenen, niet om patronen te stampen.
- Te laat beginnen. Een eerste volledig examen in de laatste week vertelt een leerling vooral wat hij niet meer kan inhalen.
- Alleen naar het cijfer kijken. Een omgerekend cijfer zegt weinig zonder te weten in welke domeinen de punten verloren gingen.
- Niet nabespreken. Een gemaakt examen zonder bespreking levert een score op, maar weinig leerwinst.
- Verouderde vragen gebruiken zonder controle. Toets aan de huidige syllabus of de stof nog wordt gevraagd.
Hoe dit in TestWisely werkt
TestWisely heeft een examentraining voor wiskunde vmbo-bb en vmbo-kb. Leerlingen oefenen daarin met de centrale examens van tijdvak 1 uit 2019 en 2021 tot en met 2024. In 2020 was er door corona geen centraal examen. Een trainer maakt groepen aan en voegt deelnemers toe.
- Oefenen per onderwerp of met een volledig examen, met een schakelaar tussen bb en kb.
- Per onderwerp ziet de leerling hoe goed hij het beheerst. Vanaf 75 procent geldt een onderwerp als gehaald. Een meter toont de examengereedheid, gewogen naar het aantal examenpunten per onderwerp.
- Digitale hulpmiddelen: rekenmachine, formulekaart, meetlat, geodriehoek, windroos en letterplankje.
- Voorlezen van de opgave of van een geselecteerd stuk tekst, met een keuze uit stemmen en voorleessnelheid.
- Meerkeuzevragen, korte antwoorden en vragen met een getal als antwoord worden automatisch nagekeken. De overige vragen kijkt de leerling zelf na met het antwoordmodel per punt, met de examenregel over rekenfouten erbij.
- Na een volledig examen volgt een cijfer volgens de omzettingstabel van het CvTE. Bij een set per onderwerp niet, omdat die tabel voor het hele examen geldt.
- Na het inleveren kan de leerling elke vraag terugzien, met zijn antwoord, de score en het antwoordmodel.





