Home/Kennisbank/Een digitale toets toegankelijk maken: WCAG 2.2 als houvast

Een digitale toets toegankelijk maken: WCAG 2.2 als houvast

Een digitale toets toegankelijk maken: WCAG 2.2 als houvast

Aanpassingen per leerling, zoals extra tijd of voorlezen, zijn maar de helft van een toegankelijke toets. De andere helft zit in de toets zelf: kleuren, opmaak, afbeeldingen en bediening. Een leerling met vergrotingssoftware loopt vast op een scan die niet scherp wordt. Een leerling die geen muis kan gebruiken, komt niet langs een sleepvraag. Over aanpassingen per leerling lees je meer in ons artikel over inclusief toetsen.

Wat is WCAG 2.2?

WCAG staat voor Web Content Accessibility Guidelines, de internationale richtlijn van het W3C voor toegankelijke websites en apps. Versie 2.2 verscheen in oktober 2023. Er zijn drie niveaus: A, AA en AAA. Niveau AA is het niveau dat overheden en veel organisaties als norm gebruiken, en een goed houvast voor een toets. Veel eisen liggen bij de maker van het toetsplatform. Maar een deel heb je als docent zelf in de hand, omdat jij de teksten, afbeeldingen en vraagvormen kiest. De nummers tussen haakjes verwijzen naar het succescriterium in WCAG.

Is alle tekst goed te lezen?

Gewone tekst heeft een contrastverhouding van minstens 4,5 staat tot 1 met de achtergrond nodig, grote tekst minstens 3 staat tot 1 (1.4.3). Lichtgrijze tekst op wit haalt dat vaak niet, net als tekst op een foto. Lijnen in een grafiek en randen van invulvakken hebben minstens 3 staat tot 1 nodig (1.4.11). Gebruik kleur ook nooit als enige drager van informatie (1.4.1). "Lees de waarde af bij de rode lijn" werkt niet voor een kleurenblinde leerling. Geef lijnen een label of een eigen lijnstijl.

Werkt de toets als een leerling inzoomt?

Leerlingen met een visuele beperking maken de tekst groter of zoomen sterk in. WCAG vraagt dat tekst tot 200 procent groter kan zonder dat er iets wegvalt (1.4.4). Ook bij sterk inzoomen moet de inhoud netjes onder elkaar blijven staan, zonder dat je heen en weer hoeft te schuiven (1.4.10).

De grootste valkuil voor docenten is tekst als afbeelding (1.4.5). Een gescande bladzijde uit het boek of een foto van een bron wordt bij inzoomen wazig, en voorleessoftware kan er niets mee. Zet leesteksten en bronnen daarom als echte tekst in de toets.

Kan een leerling de toets zonder muis maken?

Alles in een toets moet met het toetsenbord kunnen: een antwoord kiezen, naar de volgende vraag gaan en inleveren (2.1.1). De leerling moet steeds zien waar hij is (2.4.7), en dat punt mag niet achter een balk of venster verdwijnen (2.4.11, nieuw in versie 2.2).

Let extra op sleepvragen, zoals een volgorde maken of begrippen in groepen indelen. Versie 2.2 vraagt een manier om zo een vraag zonder slepen te beantwoorden, bijvoorbeeld met knoppen (2.5.7). Kies je een sleepvraag, controleer dan of dat alternatief er is.

Snelle test: maak je eigen toets een keer zonder muis, alleen met Tab, Enter, de spatiebalk en de pijltjestoetsen. Doe het daarna nog een keer met de browser op 200 procent. Wat dan misgaat, gaat bij een leerling met een hulpmiddel ook mis.

Zijn de instructies duidelijk?

Elke vraag heeft een duidelijke instructie nodig over hoe je antwoordt (3.3.2). Schrijf "kies twee antwoorden" als het er twee zijn, en zet de punten bij de vraag. Ook het inleveren telt mee. WCAG noemt het insturen van toetsantwoorden uitdrukkelijk: de leerling moet zijn antwoorden kunnen controleren en het inleveren bevestigen, of het moet terug te draaien zijn (3.3.4).

Lees ook:

Hoe ga je om met tijd en extra tijd?

Volgens WCAG moet een gebruiker een tijdslimiet kunnen uitzetten, aanpassen of verlengen, met een waarschuwing vooraf (2.2.1). Er is een uitzondering voor een tijdslimiet die wezenlijk is voor de activiteit, en bij een toets kan dat gelden. Maak de resterende tijd dan in elk geval zichtbaar en waarschuw ruim voor het einde. Regel extra tijd per leerling in plaats van per klas, en zorg dat antwoorden bewaard blijven als de tijd om is.

Wat heeft voorlezen nodig?

Een schermlezer of voorleesfunctie leest voor wat er echt staat. Dat werkt alleen met echte tekst in een logische volgorde, met koppen en tabellen die ook als kop en tabel zijn opgemaakt (1.3.1). Staat er een Franse tekst in de toets, dan moet die taal gemarkeerd zijn (3.1.2). Anders klinkt hij met een Nederlandse uitspraak. Gebruik je een beveiligde toetsomgeving, controleer dan vooraf of de hulpmiddelen van je leerlingen daarin werken.

Wat zet je bij een afbeelding?

Elke afbeelding met informatie krijgt een alternatieve tekst (1.1.1). Beschrijf wat de leerling nodig heeft om de vraag te maken. Bij een grafiek zijn dat de belangrijkste waarden, of je zet de gegevens ook in een tabel. Een afbeelding die alleen versiert, krijgt een lege alternatieve tekst.

Toetst de vraag juist het beeld, zoals "welk organel zie je op deze foto?", dan mag de alternatieve tekst het antwoord niet verraden. WCAG houdt daar rekening mee: bij een toets volstaat een korte omschrijving van wat het beeld is, zoals "microscoopfoto van een plantencel".

Rustige opmaak helpt iedereen

Kies één kolom, genoeg witruimte, een vaste plek voor vraag en knoppen en een duidelijke nummering. Wat vanzelf langer dan vijf seconden beweegt, moet de leerling kunnen stoppen (2.2.2). Houd de opmaak bij elke vraag hetzelfde. Dat scheelt zoekwerk, en dus concentratie.

Checklist voor je eigen toets

OnderwerpControleerWCAG
Contrast en kleurIs alle tekst goed leesbaar, en is de vraag ook zonder kleur te begrijpen?1.4.3, 1.4.11, 1.4.1
ZoomenBlijft alles bruikbaar bij 200 procent en bij sterk inzoomen?1.4.4, 1.4.10
Tekst als beeldStaan leesteksten en bronnen als echte tekst in de toets?1.4.5
ToetsenbordKun je elke vraag maken en inleveren zonder muis?2.1.1, 2.4.7
SlepenKun je sleepvragen ook zonder slepen beantwoorden?2.5.7
InstructiesStaat bij elke vraag hoe je antwoordt?3.3.2
InleverenKan de leerling controleren en bevestigen?3.3.4
TijdIs de tijd zichtbaar, komt er een waarschuwing en is extra tijd per leerling geregeld?2.2.1
AfbeeldingenHeeft elke informatieve afbeelding een alternatieve tekst die het antwoord niet verraadt?1.1.1
TaalIs een anderstalige tekst gemarkeerd?3.1.2

Hoe dit in TestWisely werkt

In de toetsweergave van TestWisely komen een paar van deze punten terug:

  • Een leerling ziet één vraag tegelijk, met het vraagnummer erboven.
  • Meerkeuze- en waar/onwaar-antwoorden zijn knoppen die ook met het toetsenbord te kiezen zijn. Een schermlezer meldt welke optie gekozen is.
  • De docent stelt per toets de tijd in. Vijf minuten voor het einde krijgt de leerling een melding dat de toets aan het einde van de tijd automatisch wordt ingeleverd.
  • Bij het inleveren ziet de leerling welke vragen nog open staan. Hij kan direct naar zo een vraag gaan en bevestigt daarna het inleveren.

Ismail Marghich

Quality Assurance Engineer TestWisely

Quality Assurance Engineer bij TestWisely. Test elke nieuwe functie voordat die bij scholen komt, van beveiligd toetsen tot toegankelijkheid.

Zien hoe TestWisely werkt?

Ontdek zelf hoe TestWisely uw toetsproces transformeert.

DEMO AANVRAGEN