Toetsvragen maken met AI kan je veel tijd schelen. Een AI-tool bedenkt in een paar seconden tien meerkeuzevragen, drie varianten van een rekenopgave of een set vragen bij een leestekst. Maar een vraag die snel gemaakt is, is nog geen goede vraag. Hij moet passen bij wat je hebt uitgelegd, bij het niveau van je klas en bij je toetsmatrijs. In dit artikel lees je waar AI echt helpt, waar het misgaat en hoe je vragen laat maken die je met een gerust hart in een toets zet.
Wanneer werkt toetsvragen maken met AI goed?
AI is vooral sterk in werk dat veel tijd kost en weinig inhoudelijke keuzes vraagt. Wat er getoetst wordt, bepaal jij. De AI vult aan.
- Varianten: dezelfde vraag met andere getallen of een andere context, voor een herkansing of parallelklas.
- Afleiders: foute antwoordopties die geloofwaardig zijn, omdat ze passen bij denkfouten die leerlingen echt maken.
- Vragen op verschillende niveaus: bij hetzelfde onderwerp een reproductievraag, een toepassingsvraag en een inzichtvraag, bijvoorbeeld volgens RTTI of de taxonomie van Bloom.
- Vragen bij een tekst: tekstbegripsvragen bij een tekst die je zelf aanlevert, met het antwoord in die tekst.
- Een eerste antwoordmodel: kernpunten per punt die je daarna zelf aanscherpt.
Waar gaat het mis?
Een AI-tool schrijft overtuigend, ook als iets niet klopt. Let vooral op deze punten:
- Feitelijke fouten: een jaartal, formule of begrip dat net niet klopt, of een afleider die eigenlijk ook goed is.
- Te makkelijk: zonder sturing maakt AI vooral reproductievragen. Je toets meet dan minder dan je toetsmatrijs belooft.
- Niet bij de methode: de AI weet niet welke begrippen, notaties en voorbeelden jouw methode gebruikt. Een vraag kan juist zijn en toch over stof gaan die je niet hebt behandeld.
- Verkeerd niveau: de taal is vaak te formeel voor de onderbouw, of de vraag is te kaal voor de bovenbouw.
- Bronvermelding: vraag je om een bron of citaat, dan kan een AI-tool er een verzinnen die echt lijkt. Gebruik alleen bronnen die je zelf hebt gecontroleerd.
- Auteursrecht: teksten en opgaven uit een lesmethode zijn beschermd. Of je ze in een AI-tool mag plakken, hangt af van de licentie en de afspraken op je school. Laat de AI ook geen opgaven letterlijk overnemen.
Hoe schrijf je een goede prompt voor toetsvragen?
Hoe concreter je vraagt, hoe minder je achteraf hoeft te herstellen. Een goede prompt bevat in elk geval:
- het leerdoel, zo letterlijk mogelijk zoals het in je toetsmatrijs staat;
- het niveau en leerjaar, bijvoorbeeld havo 3;
- de vraagsoort en het aantal, bijvoorbeeld vier meerkeuzevragen en twee open vragen;
- het denkniveau, bijvoorbeeld twee vragen waarin de leerling kennis toepast in een nieuwe situatie;
- de stof waar de vragen over mogen gaan, als je die mag delen;
- een antwoordmodel bij elke vraag: kernpunten per punt, en bij meerkeuze waarom elke afleider fout is.
Een voorbeeld: "Maak vier meerkeuzevragen voor havo 3 bij het leerdoel: de leerling legt uit hoe de luchtdruk verandert met de hoogte. Twee daarvan op toepassingsniveau in een nieuwe situatie. Elke vraag heeft vier opties en precies één juist antwoord. Gebruik veelgemaakte denkfouten als afleiders en leg per afleider uit waarom hij fout is." Zo krijg je vragen die je kunt beoordelen, in plaats van losse ideeën.
Wat deel je wel en niet met een AI-tool?
Voor het maken van vragen heb je geen leerlinggegevens nodig. Lesstof, leerdoelen en je eigen aanwijzingen zijn genoeg. Plak dus nooit namen, cijfers, antwoorden van leerlingen of gegevens uit een handelingsplan in een AI-tool. Gebruik alleen tools die je school heeft goedgekeurd. Verwerkt een tool toch persoonsgegevens, dan hoort daar een verwerkersovereenkomst bij.
Wat controleer je zelf?
Behandel elke gemaakte vraag als een concept van een collega die jouw lessen niet heeft gezien. De tabel laat per taak zien waar je op let.
| Taak | Wat AI doet | Wat jij controleert |
|---|---|---|
| Meerkeuzevragen bij een leerdoel | Maakt een vraagstam, het goede antwoord en afleiders. | Precies één antwoord is goed. De afleiders zijn geloofwaardig en niet half goed. |
| Varianten voor een herkansing | Herschrijft de vraag met andere getallen of een andere context. | Hetzelfde leerdoel en dezelfde moeilijkheid. De nieuwe berekening klopt. |
| Vragen op verschillende niveaus | Maakt vragen van reproductie tot inzicht bij één onderwerp. | Het niveau klopt echt en de verdeling past bij je toetsmatrijs. |
| Vragen bij een tekst | Maakt tekstbegripsvragen bij jouw tekst. | Het antwoord staat in de tekst. Er is geen voorkennis nodig. |
| Antwoordmodel | Stelt kernpunten en een puntenverdeling voor. | De inhoud klopt, de punten passen en andere goede antwoorden staan erbij. |
Kijk tot slot naar de toets als geheel. Klopt de verdeling over leerdoelen en denkniveaus met je toetsmatrijs? Geeft de ene vraag het antwoord op een andere weg? En staat het goede antwoord bij meerkeuze niet steeds op dezelfde plek?
Een vraag die AI heeft gemaakt, is pas klaar als jij hem zelf zo had kunnen schrijven. Twijfel jij over het goede antwoord, dan twijfelt een leerling ook.
Hoe dit in TestWisely werkt
In de toetswizard kies je bij de vragen voor "Met een prompt". Je beschrijft het onderwerp, kiest niveau en klas en geeft per vraagsoort aan hoeveel vragen je wilt. Heb je leerdoelen gekozen, dan richt de AI de vragen daarop. Elke vraag krijgt een RTTI-niveau dat je kunt aanpassen, en boven de vragenlijst zie je de verdeling over R, T1, T2 en I. Met "Uit een boek" maakt de AI vragen bij de leerdoelen van paragrafen uit een boek op je Boekenplank, en bij de tekst uit het boek als die bij de paragraaf staat. De AI krijgt daarbij de opdracht om in eigen woorden te formuleren en geen oefenopdrachten uit het boek over te nemen.
- Bij een leestekst in je toets maakt de AI tekstbegripsvragen waarvan het antwoord uit de tekst volgt.
- Bij geschiedenis, aardrijkskunde en de andere vakken van mens en maatschappij laat je vragen maken bij een bron. De AI gebruikt alleen wat in de bron staat. Een afbeelding ziet de AI niet, alleen jouw beschrijving ervan.
- Met Snelle sessie kies je een klas, een paragraaf en 3, 5 of 8 meerkeuzevragen voor een instapper of een herhaling. Bij een instapper gebruikt de AI alleen het onderwerp van de paragraaf. Bij een herhaling gebruikt hij de leerdoelen en, als die er is, de tekst uit het boek. Je kunt een vraag weghalen of opnieuw laten maken.
Alle vragen komen in je vragenlijst en kun je daarna gewoon bewerken. Een invulvraag waarop meer dan één antwoord goed is, zet TestWisely om naar een open vraag met antwoordmodel. Laat je de AI een antwoord voorstellen, dan bevestig je dat eerst met "Klopt" voordat je de toets klaarzet. Er gaan geen leerlinggegevens naar de AI, alleen lesmateriaal: wat jij aanlevert, en bij "Uit een boek" en Snelle sessie de leerdoelen en de tekst van de gekozen paragraaf. Deze functies werken als de AI-functies voor je school aan staan.





